
Het Circul van de Ooij is een kleikom ingesloten tussen de Stuwwal, de Duitse grens, de Waalbanddijk en de Groenlanden. Tot in 1933 overstroomde het gebied elke winter, waarna een vruchtbaar laagje klei achter bleef. Na de bouw van het Hollands-Duitsch Gemaal in 1933 werd de waterstand in het gebied permanent gereguleerd. Het is een open gebied waar de meeste woningbouw op dijkranden en terpen plaatsvond voor de komst van het gemaal. Het dorpje Persingen ligt centraal in het gebied en vormt slechts een restant van het dorp dat bij overstromingen in 1809 en 1820 grotendeels verzwolgen werd door het wassende water. Het gebied wordt gedomineerd door intensieve landbouw.

In de winter zijn op veel weilanden grote groepen Kolganzen, Toendrarietganzen en
Grauwe Ganzen te vinden. Aan de Duitse grens is nog meer overgebleven van het historische
meidoornhagenlandschap. Hier is dan een populatie Geelgorzen te vinden. In het hele gebied zijn
Roodborsttapuiten vanaf het vroege voorjaar een algemene verschijning. Ook Grasmussen,
Kleine Karekieten, Bosrietzanger laten zich hier regelmatig zien. In de marge van de
landbouw houden Veldleeuweriken en Graspiepers zich stand. Het Meertje, het ontwateringskanaal
van het Wylerbergermeer naar de Waal, heeft enkele jaren geleden een geleidelijke water/land
overgang gekregen. De ontstane rietkragen bieden broedgelegenheid aan Rietgorzen, Kleine
Karekieten, Meerkoeten en Wilde Eenden. Verder zijn in het gebied regelmatig Blauwe Reigers
te zien die overvliegen van de kolonie op de aangrenzende Duivelsberg naar de uiterwaarden of
de Ooijse Graaf. De Kerkuil doet bij het kerkje van Persingen zijn naam eer aan.