
De Erlecomse Waard en de Kaliwaal horen bij de belangrijkste plekken voor steltlopers in het vogelwerkgebied. De volgende soorten zijn in het juiste jaargetijde aan te treffen: Grutto, IJslandse Grutto, Regenwulp, Wulp, Kleine Strandloper, Krombekstrandloper, Bonte Strandloper, Kemphaan, Groenpootruiter, Tureluur, Witgat, Bosruiter, Watersnip, Scholekster, Kluut, Kleine Plevier, Bontbekplevier en Kievit. De soorten Steenloper, Zilverplevier, Goudplevier, Kanoet en Steltkluut worden hier onregelmatig gezien.
Daarnaast is het een weidegebied met onder andere Kwartelkoningen, Gele Kwikstaarten, Grutto's, Veldleeuweriken, Grauwe Gors(onregelmatig). In de nazomer zijn er veel (verschillende) meeuwen: Grote Mantelmeeuw, Kleine Mantelmeeuw, Kokmeeuw, Geelpootmeeuw, Pontische Geelpootmeeuw en Stormmeeuw.
In het winterhalfjaar en in de trektijd is hier een grote variatie aan ganzen en eenden aan te treffen. Bij de ganzen zijn de Grauwe Gans en de Kolgans het meest talrijk. Kleine aantallen Toendrarietganzen en Nijlganzen zijn ook aan te treffen. Daarnaast zijn er soms kleinere aantallen Brandganzen, Taigarietganzen en exotische ganzen te vinden. De variatie aan te treffen eenden is groot. Bergeend, Smient, Krakeend, Wilde Eend, Slobeend, Pijlstaart, Wintertaling, Zomertaling(in de zomer), Tafeleend, Kuifeend en dieper in de winter Grote Zaagbek, Nonnetje en Brilduiker.

