De Haterse Vennen is een vennengebied dat temidden van de fluviatiele stuifzandrug, die aan de zuidkant van het Land van Maas en Waal ligt. Het zand van de Maas werd hier in het verleden opgestuifd tot zandruggen die oorspronkelijk parallel aan de Maas doorliepen tot aan Bergharen. Grote delen van dit gebied zijn in het verleden afgegraven en omgezet in landbouwgrond. De Haterse Vennen is een gebied van stuifkoppen, naaldbomen, vennen, droge heide en loofbos. Zelfs een klein stukje trilveen is aanwezig. Het gebied heeft tot eind jaren 80 zwaar geleden onder een grote Kokmeeuwenkolonie die zich gevestigd had nadat in de nabijheid van het Vennengebied een open stortplaats voor huishoudelijk afval was geopend. De vennen verzuurden en de stuifkoppen raakten volledig begroeid met Grove Den waardoor het waterpeil in de vennen daalde. Eind jaren 90 toen de meeuwen hun kolonie hadden opgegeven werd het gebied op de schop genomen. Zandstuifkoppen werden vrijgekapt evenals de oevers van de vennen. Hierdoor steeg de grondwaterstand en werd het gebied weer erg aantrekkelijk voor het libellen en amfibieën. Het gebied is nu nog in volle ontwikkeling en begint al een echt juweeltje te worden. Met het grote aanbod aan libellen en amfibieën zal het gebied vervolgens ook ornithologisch weer interessanter worden.
