
"De veelzijdigheid van deze uiterwaard langs de zuidoever van de Waal,
oostelijk van Nijmegen, is ongeëvenaard. Zandige rivierduinen met
natuurlijke graslanden, oude rivierstrangen en ontkleiingen met goed
ontwikkeld moeras en ooibos wisselen elkaar af. Het Wereld Natuur Fonds
heeft de Millingerwaard tot voorbeeldgebied par excellence uitgekozen,
omdat hier bij uitstek duidelijk wordt wat met natuurontwikkeling bedoeld
wordt. Al vijftig jaar lang vindt hier ontkleiing plaats en heeft zich een
spontane uiterwaardennatuur ontwikkeld. Natuur van alle leeftijdsstadia
tussen 0 en 50 jaar is te bewonderen. De vegetatie is zeer gevarieerd
en bestrijkt het brede scala van droog/schraal tot vochtig/voedselrijk.
De natuurlijke graslanden worden extensief jaarrond begraasd door
Gallowayrunderen en Konikpaarden. In de met ooibos omzoomde moerassen
zijn Bevers geïntroduceerd. Tijdens hoogwater staan de uiterwaardplassen
in open verbinding met de rivier. Daardoor vervullen ze een belangrijke
kraamkamerfunctie voor de rivier. Het gebied wordt gekenmerkt door een
grote biodiversiteit: veel soorten planten, insecten, vissen, vogels enz."
(Bovenstaande beschrijving is afkomstig van de website van
Stichting ARK)
Voor de vogels is het gebied dan ook een eldorado. Het gebied heeft een aantal bijzondere broedvogels zoals de Dodaars, Grauwe Gans, Kwartel, Havik, Wespendief, IJsvogel, Kerkuil, Kwartelkoning, Porseleinhoen(incidenteel), Oeverloper, Grutto, Zwarte Stern, Wielewaal, Boomklever, Kleine Bonte Specht, Appelvink, etc. Een voor Nederland ongewone combinatie van weide, moeras, moerasbos en bossoorten in een relatief klein gebied dat geheel buitendijks ligt.
Door de seizoenen
Winter

Lente
De lente begint al vroeg wanneer de aantallen vogels toenemen door de vogeltrek en de zang- en
broedactiviteit van de standvogels toeneemt. Op de plassen zijn grote groepen eenden te vinden.
Bij het Colenbrandersbos worden regelmatig groepjes Kramsvogels, Koperwieken en af en toe
een Beflijster gezien. Soms staat het grootste deel van het gebied langdurig onder water tijdens
hoogwater van de Waal. De Groene Specht, Kleine Bonte Specht en Grote Bonte Specht roffelen
en roepen het voorjaar tegemoet. De ene na de andere zangvogel komt terug uit Afrika.
Elke moerasbosje krijgt zijn eigen cluster Grauwe Ganzen. Nachtegaal, Blauwborst, Grasmus en Braamsluiper nemen hun
favoriete stek in en met ruim 130 broedparen in het gebied krijgt elk brandnetelbosje zijn eigen
Bosrietzanger.



Herfst
De herfst kondigt zich aan met een grote toename aan vogel activiteit. De attractiesoort van het gebied in de herfst is
een overnachtende groep Grote Zilverreigers die in 2002 maar liefst maximaal 25 exemplaren groot was.
Later in de herfst zwermen de vogels waarschijnlijk uit over het omliggende rivierengebied en worden de waargenomen
groepjes steeds kleiner en wijdser afgelegen van de Millingerhof, de plek in de Millingerwaard waar ze in een
Populierenbos overnachten. Vervolgens verlaten de meeste broedvogels één voor één het gebied. Het vertrek van de Grauwe Vliegenvangers,
de Grasmussen, de zwaluwen kondigen de komst van koning winter aan.
