
De Oude Waal en de Groenlanden zijn samen met aanliggende terreinen het belangrijkste moerasgebied van het vogelwerkgebied. Het gebied bestaat uit een buitendijkse oude strang (Oude Waal) van de waal met de aangrenzende rietlanden van de Tiengeboden en een binnendijks gebied (Groenlanden) dat bestaat uit een cluster van voormalige kleiputten en een verhoogd terrein van een voormalige steenfabriek (Paardenweide). Belangrijke broedvogels in het gebied zijn de Blauwborst, Roerdomp, Waterral, Porseleinhoen, Kwartelkoning(tot en met 2003), Zomertaling, Grauwe Gans, Kleine Karekiet en Bosrietzanger. In de Groenlanden komt ook een kleine populatie geherintroduceerde Bevers voor. In het gebied zijn in de afgelopen jaren ook zeldzaamheden als de Kleinst Waterhoen, Roodkopklauwier, Dwergooruil en Noordse Nachtegaal waargenomen.

Lente


In juni, het begin van de zomer, arriveren de laatste zomergasten zoals de Spotvogel en de Bosrietzanger.
Zwoele nachten kunnen voor een kakafonie van geluiden zorgen in de rietlanden rond de Groenlanden. Vanaf de Waalbanddijk is te
zien hoe de jonge Zwarte Sterns door hun ouders worden gevoerd op de drijfnestjes die nu door waterlelies omgeven zijn.
Eind juni wordt het rustiger. Veel vogelsoorten zijn bezig met broeden en of voeden van de jongen.
De vogeltrek is in doodtij beland. Medio juli verschijnen al weer de eerste trekvogels uit het hoge noorden. Een enkele Smient,
Watersnippen en Waterrallen zijn te zien bij droogvallende slikranden. De aanwezige eenden trekken hun sombere eclipskleed voor de
komende paar maanden aan. In juli en augustus worden regelmatig Wespendieven, Boomvalken en wouwen gezien in het gebied.
In Augustus begint de vogeltrek richting het zuiden echt aan te trekken. Een grote diversiteit aan steltlopers (Zwarte Ruiter,
Kemphaan, Groenpootruiter, Witgat, Oeverloper, Grutto, Wulp) is te zien met name bij de Tweede Oude Waal of bij zeer laag water
bij de Oude Waal zelf.
Herfst

In het begin van de herfst lopen de aantallen eenden op. Pijlstaarten, Tafeleenden, Kuifeenden, Smienten, Wintertalingen, Wilde Eenden, zijn dan op de Oude Waal te vinden. Een enkel Paapje laat zich zien op weg naar het Zuiden. De Huiszwaluwen en Boerenzwaluwen vliegen hun laatste rondjes over de Oude Waal. Over de dijk trekken bij tegenwind de Boerenzwaluwen, Veldleeuweriken en Vinken laag over. In Oktober verschijnen de Grote Zilverreigers, die verderop in de Millingerwaard hun slaapplek hebben tijdens het winterseizoen. Ook de Kleine Zilverreiger is in het begin van de herfst te bewonderen. Naarmate de herfst vordert komen de Kolganzen, Rietganzen en Grauwe Ganzen de overwinterende eenden vergezellen. Ook duiken af en toe Nonnetjes, Brilduikers, Grote Zaagbekken en Kleine Zwanen. Incidenteel zijn soorten als Grote zee-eend, Topper, Witoogeend, Kuifduiker, Roodhalsfuut en Geoorde Fuut te vinden op de Oude Waal. In de wilgen en populierenbossen van de Groenlanden blijven de jaarvogels achter. De broedende Ooievaars zijn ook nog vaak aan te treffen. Het vaste ritme van de trek hebben ze zich nog niet helemaal toegeeigend.